Rudy Musters Gedichten

Parabel

Hij en het middel 1

< terug naar overzicht.

Met zijn geweldige baard veegde hij zijn hokken schoon
later veroverde hij een stok van zijn familie boom
veegde verder kwam in strijd met het hemelse gerecht
trok zijn gezicht in een masker zeer zwaar en ongevormd
veegde hij nu in de meest slechte lijnen vormde zo
zijn koningsschap, ik kwam en zag, zijn baard veegde verder
hij zelf ligt al jaren in zijn graf.

Als bard, ging het ook al niet zo goed alles wat hij zong viel verkeert
te luid, te zacht, alles wat zijn lieve moeder mee had gebracht
bleef zingen, gesloten knoppen die in hevigheid open sprongen

Met een been stond hij al in de culturele bovenbouw, als acrobaat
slingerde hij verder van het ene knooppunt naar de volgende
en boette een sociaal vangnet en schudde de rotte peren en appels
naar beneden, ging zitten en overdacht naar het juiste middel.

Deze oerdenker was de voorloper van het groot en klein kapitaal
en hij vroeg zich af waarom hij niet kon vliegen, geen vleugels had
hij zat daar maar. bij regenachtig weer dekte hij zich af met zijn
handen die waren groot genoeg. Zijn blik viel op zijn voeten waar hij
al een hele tijd niet opgelopen had en zag voor zijn grote teen
iets eetbaars. Waarschijnlijk was het gebracht en hij begon zijn maag
te vullen. Door geluiden aangetrokken en nieuwsgierig zoals hij was
verschool hij zich achter een schimmelboom en zag een dansende
groep, allen leken op hem maar het was niet zijn eigen soort.

Met een prettig gevoel zette hij zich weer op de steen dat langzaam aan
zijn zetel werd en begon weer te denken naar het juist middel hoe het hem
groot voordeel bracht. De lange wind die hij los liet, waarschijnlijk door het
voedsel, werd betutteld door het oog, geen stank voor dank, en laadde
zich vol. Zijn maag sloeg op hol en hij riep om geestelijke hulp.

Als een donderslag werd het de oerdenker aangereikt en hij creŽerde
een kopie van zijn maag en blies hem na een grote maaltijd boordevol
en modelleerde het verder naar zijn even beeld. en noemde hem Niemand.
Niemand nam plaats op een tweede steen.

De oerdenker besefte dat hij het grote middel bezat en stuurde Niemand
er op uit. Niemand roofde van alles wat los en vast zat, want het was toch
van niemand. De denker werd rijker en rijker moest veel eten om
niemand in het leven te houden.
Overal kan men Niemand tegenkomen waar het eens fleurig en kleurig was
Niemand graaide het weg en bracht het aan zijn meester.
Die hem met lange geurige winden beloonde.

© Rudy Musters
Gemaakt door Xw3b.nl gehost bij Zenid.net.