Rudy Musters Gedichten

De stem van Huize Wan

Doosje 1

< terug naar overzicht.

Verantwoordelijkheid begint bij de naam, de naam die een mens heeft mee gekregen
om aan te roepen, aan te spreken.

Met papieren muts op het hoofd het doosje openen.

Enige tijd staarde hij naar het met de handgemaakte doosje iets groter dan zijn hand
dat op de ovale tafel lag. Zette een papieren muts op, schoof een stoel dichterbij en ging zitten. Opende het doosje.

In het doosje zaten met zorg gevouwen briefjes van zijn geliefde. Pastel gekleurde velletjes, ruikend naar een aangename geur. Voordat hij de briefjes uit het doosje haalde had hij zijn handen gewassen en besprenkeld met fijn reukwater zodat de geur van de briefjes samen viel om heel gevoelig te kunnen lezen.

Een voor een haalde hij de brieven uit het doosje en legde ze op volgorde op de ovale tafel, hij had ze vaak gelezen hij kende ze woordelijk uit zijn hoofd. Het waren heel gevoelige brieven, zo gevoelig dat hij er niet aan moest denken zo gevoelig waren ze. Doordat hij vele malen de briefjes gelezen had was hij lichtelijk getraind tegen de shock gevoeligheid zodat hij op nieuw bij het lezen opnieuw kon genieten.


Mijn Liefje, mijn Griefje

Mijn liefje, mijn diefje, mijn griefje, alles goed?
Alles gaat voorbij, voordat wij het weten zal langzaam alles worden vergeten en gaan wij naar waar wij vandaan zijn gekomen. Ik denk vaak aan jou. Zo strak dat ik onlangs van de trap komende een smak naar beneden maakte. Ik lig er gevoelig bij een been in het gips een arm in een hangdoek.

Ik kom nergens meer aan toe, ook niet aan jouw gevoeligheid. Mijn gevoeligheid zit in mijn rug, van het bijzondere harde matras. Waar wij eens onze gevoeligheden in bekwaamheden bezig waren.
Ben je al bij gekomen van je overgevoeligheid? Zelfs het oude jaar was al zwaar voor je om deze achter je te laten. Afscheid nemen was als een wond. Bij elk nieuw jaar kwam er een gevoelig plekje bij.

Feestdagen waren al eng gevoelig voor je, herdenkingen met je hand tegen de zijkant van je voorhoofd, gekleed in rode rok en aan de voeten muis grijze sandalen. Onder de ander arm klemde je een korte stok met een fikse knop aan de andere end een handje daarmee krapte jij de meeknikkers op rug. Vleien en aanschurken was je verfijnde vleierij. Je zorgde altijd goed voor mij, op de camping sliep ik buiten en jij in de tent. Overgevoelig voor centen. Je had een diamanten slijperij zo kwamen monsters in het leven die jij gevoelige steentjes noemde.

Onder redevoeringen en lezingen brak je snikken uit, je hield je hand op voor het goede doel. Je geeft niets om het gehoor, je bent zo autistisch als een grafboor. Al fluitend eet je vogeltjes, verdronken in Armagnac. Over je hoofd een reukdoek waaronder in hevige gevoeligheid
ging krakend het zangvogeltje door je vlijtige strot.
Zelfs je ego moet zich zien te redden en dobbert rond in een zwemvest uit snikbuien samengesteld.

Lieve ziel, ik weet het je kunt niet anders. Je bent een snikkoerier, een papier natter, en een krukkenbol, zo glad als een aal. Ga zo voort mijn lief, Slaap wel, goede nacht.
Van Griefje, die je altijd uitmaakte voor mijn liefje.

Nadat hij een van de gevoelige briefjes had gelezen voelde hij zich moe en verlangde naar een uitgelezen rust.
Zoals hij de briefjes uit het doosje had gehaald zo legde hij ze weer terug en deed
het doosje dicht. waar de naam met de hand geschreven op het deksel stond.
De papieren muts legde hij terug op de ovale tafel.

Andere gedichten in De stem van Huize Wan:
Doosje 3
Doosje 4
Doosje 1
Doosje 2
Doosje 5
Doosje 6
Doosje 7
© Rudy Musters
Gemaakt door Xw3b.nl gehost bij Zenid.net.