Rudy Musters Gedichten

De stem van Huize Wan

Doosje 4

< terug naar overzicht.

Tanden en de kroon. Kroongetuigen. Zo ware helpen God mij almachtig.
Halsjukken om de nek. De kroon, de diadeem met edelstenen, de brutale glimmende tweede buik. Met een scheel oog is het beter getuigen dan met blinde ogen. Kroonjuwelen geven aan in welke staat zij verkeren, een geslepen vrouw als juweel.

Papierenkroon en dopneus opzetten. Kroontanden verpakken in zilverpapier. Dopneus en papierenkroon beide sleutels hoe het doosje geopend kan worden.

Enige tijd staarde hij naar het doosje, iets groter dan zijn hand dat op de ovalen tafel lag.
Hij schoof een stoel dichterbij, ging zitten en opende het doosje, in verwachting wat de volgende missie zou zijn.

In het doosje zaten foto’s die eeuwen oud zijn, allemaal mensen met een kroon op het hoofd.
De foto’s waren heel oud, zo oud dat de meeste begonnen te vervagen en hadden hier en daar aangevreten randjes. Veters en lintjes en kinderkroontjes die onder nummers zijn gemaakt, geloofsgeheimen, goddienstige waarheden die het verstand te boven gaat. Liefdesbrieven, zangbundels geschreven in een taal die het verstand deed klutsen en een opgerolde geschiedenis ketting.

Hij schudde het doosje leeg, daar was hij koning voor, en spreidde de hele inhoud voor zich uit. Het kleinste kroontjes legde hij bovenaan als bewijs dat alles goed ging. Hij bekeek de foto’s en streelde de lintjes en veters, en begon de kleintjes te tellen.


Wat mankeert de koning dat hij altijd gedragen wordt.

De koning komt van heel ver, hij was een echte trendzetter, een woudloper dus, alles wat door zijn hand werd gezet en aangewezen was moeilijk of nauwelijks te veranderen. De koning wordt altijd naar boven gegooid niet naar beneden en weer opgevangen Op en neer onder blij gevoel riep men eendrachtig, de koning is dood, de koning leeft, daar gaat de koning, Tot de volgende keer.

Velen vruchten zijn al gevallen, nog enkelen. Hij hing daar als laatste, wilde niet groeien, wilde niet vallen. Hij wilde blijven hangen waaraan hij hing. De gevallenen gaven hun leven,
hij zag ze als vruchten hangen. Als vrucht groeide hij door en werd zeer zwaar, de tak brak en de vrucht rolde voort de wereld door. Op vele plaatsen zag hij dezelfde boom waar gelijkenissen aanhingen. Van tak gekomen ging hij voort en groef zich in het takken leven,
een groeiende macht waar alles om begon.

De koning en zijn Hof. De koning schakelde daar mensen aan zijn Koninklijke ketting. De koning is dood, de koning leeft, zegt het voort! Het gezag is koning en boer tegelijk, velden vol schapen en geiten. Een volks gemekker en geblèr op hun achterwerk de oranje nationale vaandel

Koninklijke paden leiden naar elke bezigheid. Rechters in toga, op het hoofd schapenwol. De sleepmantel van de koning vervangen door een trojka pak. Een vlucht vooruit.
De hemdsmouwen steken eruit. Opgaan als gewone man wel blèren als miljardair. Een aandeelhouder van groot vermaak, een schaatser over de olie velden, een pirouette draaier, hier zal ik gaan boren. Een grootleider een militair achter handel linies.
De ministerpresident een beveiliging beambte van oranje klanten een verpleger tegen Koninklijke zeer.

Uit een ver land met veel gestreken zwarthemden en SS uniformen in kasten heeft de koning een cadeau gekregen dat met hem mee praat en tegen praat, soms samen een dagje uit
in een koets, getrokken door koninklijk onderscheiden hengsten, waarbij hoeden, kalotten, mutsen, petten en veel pitriet brijwerk, veren, pluimen als een deftig groepje de Koninklijke koets staan toe te wuiven.
Deze hoofddeksels liggen als een gebakken ei op het voorhoofd van minister-president heet gloeiend te dampen als teken van een wijze Koninklijke makelaar. De koning is nooit ver weg.

De koning heeft veel huizen, onderkomentjes in binnen- en buitenland de grootste huizen noemde hij naar zijn lijzige pa, Paleizen. Een schrikbarend onderhoud is nodig wil de koning de nalatenschappen en de al nieuw in moderne stijl gebouwde optrekjes met goed fatsoen betreden.
Over de rode loper gaat zijn weg zolang de loper lang en breed is. Achter de hekken staan de betalers. Wanbetalers krijgen het keurmerk, niet betrouwbaar. De koning is opgetild en neergezet op het schild van eer, het is de heer van het schild. dat buiten hangt.
Het cadeau dat de koning heeft gekregen versiert hij met creolen diamanten met een sluiting die over elke gordel past te ontsluiten met het juiste id nummer. Deze id steinen verkregen door hard werken, werkelijk als een volksbuffel, noeste arbeid zoals het volk belastingen moet afdragen, zo zwoegt de koning door het leven.
Zijn uniform heeft hij alvast in de kast gehangen dicht bij de bron.

Andere gedichten in De stem van Huize Wan:
Doosje 3
Doosje 4
Doosje 1
Doosje 2
Doosje 5
Doosje 6
Doosje 7
© Rudy Musters
Gemaakt door Xw3b.nl gehost bij Zenid.net.