Rudy Musters Gedichten

De poort

De Poort

< terug naar overzicht.

De Poort

Ordening waarbij de kinderen behoren tot de stam van de vader.
Het gezag over kinderen wordt uitgeoefend door de vader, de man.
De blanke man uit geroepen tot blanco vader. Het witte papier met blanco
uitstraling doordrenkt met verdriet en niet te genezen menselijke ellende
krult om tot zwarte randen.

De poort scant het juiste soort, anderen vallen af en komen niet door
de patrichale poort, alleen het mannelijke geslacht zonder schroom gaat voort.
Rechtop, duidelijk de ruggengraat gestrekt in de kop een lading opgewerkte
stroom dat door alles heen boort.

De matrichale poort staat als een venster boven op zijn kop waar de vrouw
is ingeplakt, om haar nek het mannelijke schellenkoord.
Voor de poort staan wachters en bij elke drang, een beweging die de rust verstoort
wordt afgestraft door het ijzige woord.

Niet allen zijn gelijk aan de verwachting, niet allen springen net zo ver, niet allen halen
de krijtlijn, het inleveren van gezag wordt de man zonder gezag. De man die het gezag
overneemt, tot zich nam groeide boven alles uit. Zijn bevelen klinken zo hard als de buitenkant van zijn hand. Het beeld in het venster vouwt zich verder uit zoals het gezag in het vooruitzicht zag..
Eenmaal door de poort, het domein, wordt verschil verzegeld op leven en dood in de mannelijk eed niet naar buiten te treden.
Het geestelijke vuur, elan ontsproten uit onderling gezag verwarmt het hele domein
van zaken doen, niets wat de regel niet stelt. Delen worden altijd aan gehouden hoe delen
worden omgevormd tot aandelen.

Vernedering, minachting de ingrediƫnten van onverschilligheid. Heb uw naasten lief, in brons gegoten, aan de horizon doemt een schommel op. Liefde voor uw naaste is evenveel, wat de poort aan licht doorlaat. Wat is het waard? Onder de deken van de geschiedenis liggen filmbanden, in woord en beeld. Tweeduizend jaar lang is de liefde van gezag gepredikt.
maar nog steeds groeien draken tanden, vruchten van haat: geweld, plundering, vrouwenmishandeling en dierenleed.

Eeuwenlang zijn er rechten van de mens geformuleerd, in goudschrift geschreven. Bloemen op graven gelegd van mensen die elkaar moesten vermoorden en hun namen in stenen muren gegraveerd, om hen eeuwig te gedenken. De eerste herder heeft zich opgewekt tot geestelijke gezag. Bezit de geest en gij bezit de mens. Nog steeds zwaait de schommel met grote vaart heen en weer. Vernedering en minachting de ingrediƫnten van de geloofshamer.

De dunne nek van de krullende staf. Knielend trekt hij aan het gespannen touw en zwiept zo de bel doelloos in de ruimte. Het eeuwige gebeier van de schommel waarvan het geluid de binnenwereld van de mens weg hamert. Aan de horizon doemt een andere schommel op.
Het vliegende schommel, aanbeden en toegewuifd spoort over een te makkelijk geweten en vouwt de handen devoot en bidt voor gezaglozen.

Andere gedichten in De poort:
De Poort
© Rudy Musters
Gemaakt door Xw3b.nl gehost bij Zenid.net.