Rudy Musters Gedichten

Verhalen



Baldekijn

< terug naar overzicht.
Het enige wat ik van een kerk kan herinneren is dat het er altijd lekker koel is en de sfeer, die ik niet in mijn dagelijks leven thuis kan brengen. De kerken die ik als toerist in de afgelopen jaren heb bezocht, lopen uiteen van monumentale tot eenvoudige optrekjes. Vooral de katholieke kerken zijn bijzonder monumentaal en van binnen rijker aangekleed dan de gereformeerde, waarin meestal het orgel tussen de gordijnen staat en op de vensterbanken planten in hydrobakken.

Met enige fantasie kun je een dergelijke kerk van binnen naar buiten uitleggen en je hebt de buitenkant van een kerk die het financieel niet zo goed gedaan heeft.
Vooral Sint Pieter te Rome belooft wat, als je die aan de buitenkant ziet. Voor de ingang liggen twee grote gebogen gangen die als twee enorme grijpers je omsluiten, bovenop staan tientallen gebeeldhouwde gezichten die allemaal naar het midden van het plein kijken, waar een grote Egyptische Obelisk van vijf en twintig meter hoog staat. Een enorme speerpunt, die je alleen in verband kunt brengen met de gespannen omtrek. De buitenkant van de kerk is een wirwar van nissen en poorten en even over het midden van het dak, dat er uit ziet als een kabouter dorp, toornt een enorme koepel boven alles uit. Bovenop de samenkomende ribben waaruit de koepel is opgebouwd staat een kroon, die je rond kan lopen. Het uitzicht is prachtig.
Een trap leidt er van binnenuit naar toe en bij het klimmen van deze uiterst smalle stenen trap krijg je het gevoel niet naar boven te gaan, maar steeds verder in de stenen weggedrukt te worden.
De laatste meters van de trap zijn zo smal dat je verwachting steeds groter wordt en dan uit een klein poortje komende, sta je plotseling in de hemel.
Een ogenblikje maar. Op die smalle kroon moet je je goed vasthouden, want tientallen bezoekers verdringen zich om het uitzicht. Het schijnt niet veel uit te maken waar de mens staat, hoog of laag, op een plein, of op een kroon van de Sint Pieter kerk.

In de kerk is het even wennen, niet alleen het diffuse licht, maar ook aan de bonte verzameling van kerkbeelden en biechthuisjes die veel weg hebben van prairie stationnetjes. In alle talen kun je daar terecht. De vloer, wanden en pilaren zijn van gekleurd marmer, overal waar je kijkt zie je verwerkt marmer waarvan het vakmanschap op je afstraalt. Het koude materiaal is door de hand van de kunstenaars in reliëf tot een warm boeiend leven gewekt.
Achteraan in het midden van het grote schip staat een baldakijn op vier enorme geschoren vogelpoten zo dik als boomstammen, waar tussen het altaar staat. Het hele gevaarte zou zo in beweging kunnen komen en onder het lopen zijn eieren kunnen laten vallen. Persoonlijk kon ik er geen enkele ruimtelijke vormgeving in ontdekken, in tegenstelling tot het marmer waaruit het lied van de steen geklonken zou hebben, als het krassend geluid van het baldakijn het niet overstemd zou hebben.

De baldakijn, een grote stoel van een omgekeerde wereld. De zichtbare kerk met al zijn rijkdommen wordt onzichtbaar staande bij het altaar, te geloven dat het krassend geluid de stem van God is.
Mensen handen maakten de vormen en konden zichzelf niet meer verheffen en daalden als een kromme neder tot de obelisk op het plein als gedenkteken. Aan de punt zou zo een vlag kunnen wapperen met de tekst, "het geloof dat ik geloof, het geloof waarmee ik geloof."
Rond de kerk zijn Vaticaanse soldaten gepost, gewapend met een hellebaard, waaraan een stalen punt zit van ruim vijftig centimeter lang. Het oudste wapen om menigte op een afstand te houden. De wachten zijn in blauw oranjegeel en rood gestreepte pakken gekleed, waarvan de broek poffend onder de knie valt. Als je aan hen iets vraagt wijzen ze prompt naar de richting waar je vandaan kwam. Veel wijzer word je niet van die soldaten. Maar werden de soldaten van de kerk er zelf wijzer van? Als je de deken van de geschiedenis optilt kun je het grote legioen zien, die uit naam van de Heer met zwaard, het geloof aan de man bracht. Rooftochten waren de mantels van enorme heb en wellust. Goud, zilver en edelstenen werden aan kerken geschonken in ruil voor de zegen. Het doel heiligde de middelen.

De rijkdommen zijn beslist niet verkregen door de werkende boer die barrevoets zijn tinnen schaal aanbood. Een man die oprecht zijn Bijbel las en geloofde, heb uw naasten lief. Hij schonk zijn gift die hij missen kon. Een heus gebaar dat in schrijnende tegenstelling staat hoe de kerk zich heeft gedragen en nog gedraagt. Van rooftochten en maffia gelden werden zij grootgrondbezitter speculant, waarvan de opbrengst op de wereld bankrekening Vaticaan staat.
Menig wetenschapper moest in de kerk bijgewerkt worden, om zijn stellingen te lijnen. Manuscripten werden verbrand, waarvan nog een zwak ritueel over gebleven is. In de Sixtijnse kapel, een zee van muren en plafond fresco's, wordt in geheime stemming de paus gekozen. Als er geen twee derde van de stemmen wordt gehaald dan worden de briefjes verbrand en de rook kringelt door de schoorsteen. Bij het verbranden van die stembriefjes is wat stro toegevoegd. Zwarte rook is het teken dat er nog steeds geen paus is gekozen, komt er witte rook uit de schoorsteen dan volgt spoedig op een zondag of feestdag de kroning.
Onder het verbranden van enkele vlokken hennep zingt men 'Sic transit gloria mundi',
zo gaat 's werelds glorie voorbij. Daarna wordt de tiara op het hoofd van de nieuwe Paus gezet. een nieuwe wereldreis is begonnen. Op de oude melodie zingt men met aangepaste woorden het kerkelijke kapitaal bijeen.

Er zijn heel wat wegen die naar Rome leiden. In elke stad of dorp staan kerken meer dan één. Zelfs in menig huis is een ecclesia. Hoe kleiner het dorp hoe kleiner de kerk, een omgebouwde kerkdoos. Het verschil zit niet in het belijden, maar wie staat aan het hoofd. Het wachten is op het grote wonder, kan God de baldakijn laten lopen, en wie kan deze loodzware Baldakijn in zijn geloof meedragen.
Per definitie is geloof een dogma, niets steunt op werkelijkheid, niets is op werkelijkheid getoetst aan waarheden. Onvrede over eigen levenssituatie vormt de basis van vooroordeel, over de vreemdeling en roept tevens het gelijk over zichzelf uit. Hiermede is men paus in optima forma en martelaar tegelijk, gevangen in eigen woorden en daden, waaruit nimmer valt te ontsnappen. Kwaadspreken over mensen is zo oud als de weg naar Rome.
Verbrand, verbannen en vervloekt. De roddel over mensen is grenzeloos. Welk gezicht men ook achter de rug van de vreemdeling trekt of voor het altaar, de krassende stem in het geweten blijft klinken.
© Rudy Musters
Gemaakt door Xw3b.nl gehost bij Zenid.net.