Rudy Musters Gedichten

Verhalen



De schommel

< terug naar overzicht.
Evenwichtigheid de voortdurende beweging van de balans, met andere woorden hoe sterk staat het geloof op zijn fundament? Het geloof in de ene schaal en het ongeloof in de andere, of helemaal niets?
Waaruit is het geloof te meten dat het bestaat en wat zit er dan in die andere schaal?
Om te wegen heeft men gewicht nodig en het geloof heeft gewicht, alleen al de Christenen samen gewogen komt men op een gigantisch getal, maar gelooft het getal In de Christenen? Het lijkt de omgekeerde weg, maar de vraag is nog steeds wat zit er in die andere schaal?
Als er niets in die schaal zit, dan zou het geloof snel van zijn fundament weg zweven. Hoe groter het geloof, hoe massaler het de mens beheerst. Eigen gewicht gelooft.
Hij betaalde zijn eigen gewicht en vulde zo zijn beide schalen. De balans ontstaat uit krachten en is tevens de hefboom tot andere machten, de eeuwige draaiende beweging om de ander. Verschil vereffend draait zij verder en verheft onevenwichtig. De kerk bemoeit zich niet meer met wetenschap, als de wetenschap zich maar bij het weten houdt en de schalen open laat. Het ruime geloof ligt zo ruim dat elk mens zijn eigen voorstelling kan maken. De boze, barre, banvloekende God van eeuwen geleden, zo staat geschreven, spreekt nog de zelfde taal ook al zijn her en der
komma's en punten verdwenen.

De heilige schommel past op de nek van de mens, en doet hem neerknielen naast andere schapen. In hun koppen blaat de leer van hun herder, bewaakt door de blinde hond. Zijn neus wijst de weg naar gebouwen, banken en kerken en met open ogen zien zij gehypnotiseerd de schalen draaien, waarvan de spil in uitgedraaide lagers rijk in herhaling is.
De kracht van de hand draait niet vrijwillig de spil maar de spil de hand, die de volgeling in ban houdt. De ban van het ondenkbare, gegoten in verzen en preken. Lofliederen op het onbekende eeuwige leven, in taal geschreven waar waarheden zijn weggeschreven. Een taal over de punten van het kruis, dat als een ster aan het firmament had moeten schitteren, zwiept als een zware papieren vlieger. Aan zijn staart de ondergang.
Minachting en vernedering de ingrediënten van onverschilligheid. Het begrip heeft uw naasten lief, is in brons gegoten, aan de horizon doemt alweer de schommel op. Liefde voor uw naaste is evenveel, wat de lamp aan licht doorlaat. Hoeveel woorden zijn het waard? Onder de deken van de geschiedenis liggen de filmbanden, in woord en beeld. Tweeduizend jaar lang is de liefde van Christus gepreekt, maar nog groeien draken tanden, vruchten van haat: geweld, plundering, vrouwenmishandeling en dierenleed.
Eeuwenlang zijn er rechten van de mens geformuleerd, in goudschrift geschreven. Bloemen op graven gelegd van mensen die elkaar moesten vermoorden en hun namen in stenen muren gegraveerd, om hen eeuwig te gedenken. De eerste herder heeft zich opgewekt tot geestelijke macht. Bezit de geest en gij bezit de mens. Nog steeds zwaait de schommel met grote vaart heen en weer. Minachting en vernedering de ingrediënten van de geloofshamer. De dunne nek van de krullende staf. Knielend trekt hij aan het gespannen touw en zwiept zo de bel doelloos in de ruimte. Het eeuwige gebeier van de schommel waarvan het geluid de binnenwereld van de mens weg hamert aan de horizon doemt een andere vlieger op. Het vliegende kruis, vereert, aanbeden en gekust spoort over een te makkelijk geweten en vouwt de handen devoot en bid voor goddelozen.
Hoe sterk staat de mens op zijn fundament? Geloven in de schommel van onverschilligheid, of geloven in iets anders, of helemaal niets? De kracht van de hand kan de ban doorbreken. Zij kan de taal schrijven waar waarheden niet zijn weggeschreven. Het is de hand van de mens die de schommel kan breken. In de voetstappen van de geschiedenis kan men de werkelijke taal lezen wat het woord waard is geweest. Het Woord is niet verder gekomen dan het bevel, de grondtoon van zijn eigen ik. De ik van de tik. De ik van de ontkennende kerk. Minachting en vernedering de ingrediënten van de geloofshamer.
Het almachtige gebrabbel werpt een vreemd licht op het menselijk bestaan, in tijden van nood schieten gelovigen elkaar morsdood. Liefde voor uw naaste is evenveel wat de vlieger aan licht doorlaat. Het goddelijke licht waarover men zo hartstochtelijk spreekt is de lamp van driftige mens.
Het goddelijke pad is de spelonk van het voordeel, voor onze vader die in de hemelen zijt?

Onze voorvader op aarde was de Indiaan, die onder Christelijke begeleiding grafloos is begraven en zijn nazaten zitten verzameld op het laatste stukje prairie gras, alleen om het feit dat zij Indianen waren, hun God was de zon. Zoveel licht kon het christendom niet verdragen. In de spelonken van het voordeel ligt het goud opgeslagen, het financiële fundament van de onzichtbare kerk.
De zichtbare mens die door het goud zijn geest verliest en onherstelbare schade de hemel in prijst.
Het waren goddelozen. Hoeveel woorden zijn het waard? Onder de deken van de geschiedenis liggen de filmbanden, in woord en beeld. De eerste herder heeft zich opgewerkt tot geestelijke macht. Bezit de geest en gij bezit de mens. Koningen gebruikten hiervoor soldaten.
Veroveraars delen niet vrijwillig de macht. Gesplitst als een touw loopt het tot draden en legt de knoop van gehoorzaamheid. Voor het ene knielt het neer voor het andere nog dieper. Op het gebukte leven, groeit de berg van waan.
© Rudy Musters
Gemaakt door Xw3b.nl gehost bij Zenid.net.