Rudy Musters Gedichten

Verhalen



French

< terug naar overzicht.
In de wereld leidde mijn wegen steeds naar een centraal punt. Een groot golvend plein van mensen aaneengesloten om een plaats in het midden. Een ronddraaiend geheel van het Ik. De weg door de wereld gaat niet over aarde en stenen. Er zijn geen paden en wegen. Geen enkel middel is geschikt of toereikend, dan alleen de taal. Hoeveel woorden zijn er nodig om een sleutel te maken? Zodat het juiste middel in handen valt? Geluiden van het Ik. Vaak hoorde ik mijn eigen stem, niet dat hij mij riep, maar het was het lied dat mij op weg deed gaan. Dikwijls vervaagde de woorden in een kakofonie van de menselijke machinerie. Soms wachtte ik lang om de stem weer te horen en liep door smalle straten en over pleinen in een onbekende stad.

Moe van het lopen zette ik me neer op een terras, dat half in de schaduw lag en wachtte. Een zonnescherm hing als een zebrapad boven mijn hoofd. Voor mij op een tafeltje stond een koel glas bronwater en ik keek voor mij uit, over het plein dat voor mij lag. In het hart van het plein lag een fontein, als een vruchtbare schoot. Een gebeeldhouwde man stond in het midden van het waterbekken, worstelend met een grote vis. Aan de randen van het bekken, groter dan de mens, speelden vier waternimfen met geschubde waterdieren. Ik keek naar ze en dacht, dat ze niet speels bezig waren, maar vochten tegen het kwaad dat in het water school. Uit de grote bekken van die waterdieren spoten waterstralen. De warme wind nevelde het water over het plein in ongrijpbare slierten. Ik keek steeds weer, met hernieuwde belangstelling naar de speels vechtende Najaden. Hoelang al hebben fonteinen met hun waterbekken tot de fantasie van de mens gesproken en in liefde gestaan. Anderen gooiden geld in het waterbekken, hopende op terugkeer. Sommigen vertrouwden geheimen toe. Ik probeerde er een glimp van op te vangen.

In stilte verscheen een man naast mij. Hij zag eruit of hij van heel ver was gekomen. Ik knikte hem toe en zei,'ik dacht werkelijk dat er een Romeinse zwerver naast mij kwam zitten. Je ziet eruit of je de halve wereld hebt rond gelopen.' Hij keek mij aan en antwoordde,'zo voel ik me wel.'Hij zuchtte, zijn blik dwaalde over het plein. 'weet je,'zei hij zacht en ik keek op, want ik was bezig de druppels aan de binnenkant van het glas te tellen,'waar ik geweest ben?'

Ik schudde mijn hoofd, terwijl ik opkeek, 'hoe moet ik dat weten.' Hij zweeg. Mijn blik dwaalde weer over het plein. 'Ik weet helemaal niet waar ik geweest ben, 'zei hij, met zachte stem. 'Ik heb weken rondgezworven. Dagen lang heb ik niet gegeten. Mijn maag kon het niet verdragen. Alleen de drank bleef erin.' Ik zag dat hij moeite had om te praten en hij rommelde met zijn hand door zijn haren en keek me aan of ik er nog wel was. 'Weet je,' zei hij, 'het valt niet mee als je schrijft en nooit antwoord krijgt. Woorden, allemaal woorden, zoveel dat de ene zin over de andere struikelde. Soms vroeg ik mezelf af, waarom ik het allemaal deed. Maar papier is geduldig. Ik bleef maar schrijven. Sommige mensen schrijven zo snel dat je bijna niet meer kunt lezen wat er staat. Het liefst op houtvrij papier. Ik schreef op alles.' 'Waar schreef je over,' vroeg ik hem. Hij antwoordde niet. Ik herhaalde mijn vraag. Hij staarde over het plein. 'Waar schreef je dan over,' vroeg ik hem nogmaals. 'Woorden,'antwoordde hij.

'Weet je,' zei hij, 'de meeste mensen zijn niet blij als een persoon inzicht heeft gekregen. Ze zeggen dan, het is te laat. Dan ben je op alle fronten afgewezen. In het te laat zijn wordt alle genegenheid, vriendschap overboord gegooid. Ze zeggen dan, dat je zielig bent en zit te zeuren. Je kunt schrijven wat je wilt. Zoeken naar een uitweg valt niet mee. De meeste mensen zwemmen weg voor een redelijk gesprek. Oplossingen kunnen alleen door betrokkenen gegeven worden. Niet te willen kwetsen is makkelijk gezegd in de veronderstelling, praten heeft geen zin. Schrijven des te meer. Zeuren, gestoord zijn, ziekelijk, zijn ingrediƫnten van gezonden mensen. Schermen met de zegswijze, daar moet je maar eens heel goed over nadenken. Wat valt er na te denken. Als er niets gezegd wordt. Samen dingen wat is dat voor een woord? Samenzijn is een gebeurtenis. Een ding is dood. Bewustwording is een pijnlijke zaak. Schaamte, fouten die men heeft meegemaakt, gaat men liever uit de weg en vergeet men het liefst.' Hij viel in stilzwijgen en hij staarde over het plein. Ik keek hem aan en zag dat hij naar heel ver keek. Het was nog warmer geworden. De lucht trilde. Het plein was nu geheel verlaten. 'Als ik met vakantie was,' sprak hij langzaam, alsof hij de woorden van heel ver moest halen,'gaf het mij een gevoel van vrijheid en ik wilde niet meer naar huis. Zoals de vogels vlogen, vloog ik met ze mee over het land. Dat kleur aan mijn leven gaf, een kleur die niet iedereen bezit. Ik begreep toen wat er al die jaren in mij was omgegaan. Grijze bakstenen huizen, betonnen trappen waar olifanten op en neer kunnen lopen. Nu ik alleen ben en wat rond fladder met mijzelf, zoals een vogel met een gebroken vleugel, heb ik de grootste moeite om niet over mijn benen te struiken. Een dag door brengen kost mij veel energie.

Nu ik terug zie, wat voor mij geen afgesloten periode is, meer dan 23 jaar raast door je heen. Het zweven dat mij elke ochtend overvalt zakt langzaam weg. Soms is het zo sterk dat ik even moet gaan zitten. 's avonds rond tien uur krijg ik stekende hoofdpijn, wat dat betreft is mijn dag goed gevuld. Vannacht dacht ik, dat mijn hart stil stond. Ik ben naar beneden gegaan om te kijken hoe laat het was. Ik zag dat de klok weg was en de wekker liep niet. Toen ik het tijdsein draaide, kreeg ik het weerbericht. Boven dronk ik wat water, wat ik ook beneden kon doen, keek in de spiegel en zag een gezicht. Dat tegen sprak tegen me. Ze sprak, dat ze niet tegen geweld kon, dat ze dat verafschuwde.Ik kan ook niet tegen geweld als kind al niet. Ik ben toen weer naar beneden gerend en keek weer hoe laat het was, maar zag een lege plek. Die plek werd alsmaar groter en leger en leger in mij. Ik zag mijzelf staan op enige afstand voor een diepte. De rand trok mij aan. Mij tegen haar afzetten. Kon ik het maar. Ik kon het dood eenvoudig niet. Al schrijvende dacht ik, je kunt me vernederen wat je wilt. Misschien lach je wel om mij. Het kon me niet schelen. Ik wist dat ik van haar hield. Mijn werkelijkheid. De kaarten van eenzaamheid zijn geschud door de tijd en groeien uit tot een ganzenbordspel waarop, volwassenen en kinderen hun spel niet meer kunnen spelen. De klap was harder dan beton. Ik heb rond gezworven en probeerde de pijn kwijt te raken en stelde in het diepst van mijzelf, de vraag. In mijn gedichten heb ik hierover uitdrukking gegeven. Langzaam stond hij op en boog zich naar mij toe en voordat ik er erg in had drukte hij mij een stapel papieren in mijn handen. Toen ik op keek, om hem te vragen wat het voor papieren waren, zag ik dat hij verdwenen was. Mijn blik dwaalde over het plein en ik zag dat de mensen terugkwamen en dacht, 'als de ene mens de ander de hand reikt en trekt hem op het droge, zonder belang, waar staat die derde dan?

Staat hij dan te kijken en vraagt zich af, hoe krijgt hij het voor elkaar? Mij niet gezien en loopt naar het plein waar ze met velen zijn. Hun Ik gesloten en mengt zich onder hen. Ik liep naar de fontein en stond een ogenblik stil bij een Najaden. Ze keek me aan. Fonteinwater stroomde over haar lachend gezicht. Ik wierp een muntstuk in het waterbekken en bedankte haar voor de glimp. 's nachts zullen zwervers het muntstuk komen halen. De Najaden speelden hun spel tot de fantasie van de mensen, die in liefde zullen staan en hun geheimen toevertrouwen, aan de eeuwig gebeeldhouwde Najaden. Ik moest gaan. De zon stond al in het Westen.
© Rudy Musters
Gemaakt door Xw3b.nl gehost bij Zenid.net.