Rudy Musters Gedichten

Verhalen



Mijn vriend

< terug naar overzicht.
In vriendschap en in liefde slaat het ene haakje om het andere en knoopt zich vast. Samen zweven zij in het oneindige, zonder te weten waarheen en waarvandaan. Andere soorten knopen zich vast en laten weer los en zweven voort. Langzaam groeit het eigen gewicht, onafhankelijk van de ander. De langste weg die de mens kent is zijn eigen soort. Nooit zal hij of zij, zwaarder of lichter worden. Voor hen waren andere soorten besloten, in het grote getal Nul, zijn geboorte. In lengte schiet hij dikwijls te kort. Hij is een mens, maar ook een gedrocht. de hond likt zijn handen en hij ziet door zijn verrekijker over het veld. Strategisch bepaald hij de slag. Fühnt zijn haar en laat zijn nagels vijlen. Hoe breekbaar. In zijn kasten staan kristallen glazen, diamanten in kluis. In de winter kijkt hij bedenkelijk naar het bevroren water.

In zijn brein groeien weidse plannen zo groot als oceanen. Hij verbouwde de aarde zoals hij het zag. Niets liet hij onaangeroerd. Oceanen, de hoogste bergen en vervolgens het kalender jaar viert hij feest. Veel neemt hij en veel is hem ontgaan. Op drassige grond, kan hij niet leven. De ijsvlakte is zijn grens. In techniek is hij meester. In niets wil hij zijn gezicht verliezen. In zijn oren zingen engelen en houdt zijn bruidsschat bij de hand, voor het geval dat één van hen zou dalen. Zijn paus wuift en buigt, niet voor moeder aarde. Enkele eeuwen oude hefboom in een modern leven. Miljoenen hefbomen. De tol, die hij moet betalen is de prijs dat het ene haakje als een angel blijft zitten.

Mijn vriend keerde terug na vele jaren uit een koud land van de andere kant van de aarde. Wij schudden elkaar hartelijk de hand en omhelsden elkaar. Hij was dikker geworden en hij zei, 'ik heb een huis en ben makelaar en ik heb het aan mijn hart. Hij lachte. Ik dacht, dat heb ik meer gehoord en bood hem koffie aan. Enige dagen later zaten mijn vrouw en ik in zijn tuin van zijn eigen huis en naast hem lagen twee grote Dobermann Pinchers met lange snuiten en grote bekken. Ze zagen er mooi en goed verzorgd uit, ze aten uit zijn hand. Zijn vrouw zat tegenover hem en ik tegenover haar. Hij sloeg met zijn hand op zijn bolle buik. Ik keek hem aan.

Op de kale grond van de tuin stond en grote bijl, met aan de zijkanten ronde nokken. Een demonstratie, hij hief de bijl en met een geweldige klap, sloeg hij, op een houten blok. De honden hieven hun koppen. 'Als je het weten wil,' sprak hij, toen hij weer zat, 'ik zeg het maar één keer, 'ik ben vrijmetselaar en ze nemen me maar zoals ik ben.' Hij liep naar een grote barbecue, zo'n ding met een deksel, waaronder hij karbonades vandaan haalde en die hij ons toeschoof. even later kregen de Dobermanns ook te eten. Zijn vrouw knikte mij vriendelijk toe en vroeg, hoe het met mij ging. Ik probeerde het haar zo goed mogelijk te vertellen. Hij schoof met zijn voet over de grond en zei, ‘nu moet je uitkijken, nu zit hij op zijn praatstoel. Ik keek mijn vriend aan. Hij streelde een vretende hond over zijn kop. Zijn vrouw stond op en ging de keuken in. Even later stond mijn vrouw met haar te praten. Ik zat met mijn vriend in de tuin en we keken naar de vretende honden. Hij zei, 'die honden hebben dubbele rijen tanden. Ik vroeg hem, of hij in Nederland zijn werk als makelaar voortzette.

'Het is wel de bedoeling, als mijn hart het toelaat, antwoordde hij. Ik knikte,' en als het niet gaat.' 'Geen probleem, ik kan het jaren uitzingen. Ik staarde stil voor mij uit. In de avond namen we afscheid, van mijn vriend en zijn vrouw. Toen ik mijn bed stapte, dacht ik, was hij of zij, mijn vriend. Ik wist het niet meer en legde mijn hoofd op het kussen neer en hoorde het grommen. Vriendenkussen, niet voor de tweede keer.
© Rudy Musters
Gemaakt door Xw3b.nl gehost bij Zenid.net.